van Haenepad tot NAC
De gronden waarop de
steenkoolmijn van Houthalen gedurende enkele tientallen jaren actief was,
krijgen een nieuwe bestemming: het (veel besproken) NAC (Nieuw Administratief
Centrum) zal hier heel wat gemeentelijke diensten centraliseren.
Wij kijken even terug naar meer dan 150 jaar geschiedenis van deze plaats.
In een vorige bijdrage vroegen we of
iemand zich nog de naam ‘Haenepad’ herinnerde.
Louis Smeijers herinnerde zich dat er over de gronden waarop later de
steenkoolmijn zich vestigde, een pad liep naar de Meerstraat. We vinden dit
terug op een oude kadasterkaart.
Hierop zien we een gedeelte van de landbouwgronden die later door de mijn werden ingenomen voor de kolenexploitatie. Vanaf de Zavelhoef loopt de ‘Haenepad’ tussen de verschillende percelen in de richting van Zonhoven. ‘Haele’ is een zeer oude naam voor Houthalen. De ‘l’ verschoof naar ‘n’ en het werd ‘Haenepad’ (het pad naar Houthalen).
In het grensgebied van Zonhoven met Houthalen liggen beemden met de naam ‘Haenepadsbeemden’.
Confrontatie tussen Belgische en ‘Hollandse’ troepen bij het Papenbos
In augustus 1831 staken Hollandse
troepen de grens over om een einde te maken aan de Belgische afscheuring (1830).
Bij een militair treffen in de omgeving van het Papenbos (Houthalen) vielen
slachtoffers bij beide partijen.
Huizen in de omgeving, waaronder de Barrier, werden in brand gestoken. Een stenen kruis op Ten Hout herinnert aan die augustusdagen van 1931 (De Tiendaagse veldtocht).
Eerst bevriezen
Na het aanboren van de eerste
steenkoollaag door André Dumont in augustus 1901 ontstond de jacht op
concessies. De ‘Concessie Houthaelen’ werd in 1910 verleend.
Omdat de ondergrond onstabiel was moest deze vóór het delven tot op grote diepte bevroren worden. Na voorbereidende werken in 1927 begon de bevriezing in 1930. In december 1936 had de schachtdelving een diepte van 868,68 m bereikt. Het duurde nog tot begin 1939 voor de eerste steenkool kon opgehaald worden.
1939 - 1963
In 1939 zorgden 1712 werknemers
voor een productie van 207.300 ton. Vanaf dan ging het in stijgende lijn met
1957 als topjaar: 5047 werknemers en een productie van 1.221.500 ton.
Ofschoon in 1963 toch nog 1.005.500 ton werd bovengehaald, werd in 1964 een fusie aangegaan met de concessie Helchteren-Zolder: via een ondergronds gangenstelsel kwam de steenkool in Zolder naar boven. Concurrentie van nieuwe energiebronnen en stijgende exploitatiekosten lagen aan de basis van deze maatregel.
Russische en Duitse Krijgsgevangenen aan het werk
Om aan de stijgende vraag naar
steenkool te voldoen stelde de Duitse bezetter Russische krijgsgevangenen aan
het werk. De leef- en arbeidsomstandigheden waren hard (lees hierover meer in
‘Gevallen Vleugels’ van Robert Bellio). Na de oorlog werden de rollen omgekeerd;
Duitse krijgsgevangenen werkten gedwongen in de mijn. Na hun vrijlating bleef
een aantal hier in de mijn werken en integreerden zich in de gemeente. De Duitse
krijgsgevangenen hadden een eigen ‘Lagerblatt’ (kampblad). In het eerste nummer
27 oktober 1945 vinden we een verslag van een opvoering in het kamp.
Leercentrum voor jonge mijnwerkers
In 1954 was er in België van de 500
technische- en beroepsscholen maar 1 mijnbouwschool die dan nog alleen leidend
personeel vormde. Om de vraag naar geschoolde mijnwerkers te kunnen beantwoorden
startte men in 1954 te Houthalen een ‘Leercentrum voor jonge Mijnwerkers’. Vanaf
het 5de jaar daalde men drie keer per week af waarvoor telkens een vergoeding
van 55 frank werd betaald. Wie een diploma of brevet behaalde, kon rekenen op
een hoger loon en op bijkomende premies. Later ontstonden er dezelfde scholen in
Genk, Eisden en Beringen. De naam wijzigde in T.I.K.B. (Technisch Instituut van
het Kempens Bekken) maar in de volksmond bleef het ‘de mijnschool’.
Foto’s: verzameling Willy Bogaerts
Met medewerking van Geschied- en Heemkundige Kring De Klonkviool.







