milieuvergunning

Een klasse 1-milieuvergunning moet worden aangevraagd bij de bestendige deputatie van de provincieraad van de provincie waar de exploitatie zal gebeuren. 
Voor klasse 2 en 3 moet je je wenden tot het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Houthalen-Helchteren indien de exploitatie zal gebeuren op het grondgebied van de gemeente. Voor veranderingen aan reeds bestaande inrichtingen (dit wil zeggen uitbreidingen, toevoegingen of wijzigingen) bestaan verschillende mogelijkheden. In een aantal gevallen is een vereenvoudigde procedure mogelijk voor klasse 1 of 2-inrichtingen.

Melding van een klasse 3- inrichting: zie meldingsformulier inzake exploitatie klasse 3 inrichtingen.

De melding dient aangetekend verzonden of tegen ontvangstbewijs bezorgd te worden aan het bevoegde College van Burgemeester en Schepenen. Een melding kan niet worden geweigerd. De dag nadat de melding werd gedaan mag de exploitatie worden aangevat. 
Dit betekent echter geen carte blanche. Op de inrichting zijn automatisch de algemene en sectorale bepalingen van VLAREM II van toepassing.

Mededeling van een kleine verandering of melding van klasse 3-onderdelen van een vergunde inrichting van klasse 1 of 2: zie meldingsformulier.

Met dit formulier doe je aan de overheid de volgende mededeling of melding:

  • je bent van plan om een kleine verandering aan uw inrichting aan te brengen.
  • je exploiteert een vergunde inrichting die ingedeeld is in klasse 1 of 2, maar een onderdeel ervan is door een wijziging van de wetgeving meldingsplichtig geworden als een onderdeel dat op zich in klasse 3 is ingedeeld.

Waarvoor kun je dit formulier niet gebruiken?

Je kunt dit formulier niet gebruiken als je inrichting louter als klasse 3 is ingedeeld, en dus geen deel is van een inrichting van klasse 1 of 2, en dat ook niet zal zijn na de geplande verandering.
Bij een 'grote' verandering moet je het formulier voor de aanvraag van een milieuvergunning gebruiken. Vraag meer informatie bij jouw gemeente of provincie.

Hoe vul je dit formulier in?
Nummer elk bewijsstuk dat je als bijlage bij dit formulier voegt zoals aangegeven in de vraag en vink het aankruishokje in de rechtermarge aan telkens als je het genoemde bewijsstuk bij de aanvraag zal voegen.
Alle gegevens worden gevraagd op straffe van onvolledigheid tenzij het uitdrukkelijk anders wordt gesteld.

Meer informatie over de milieuvergunningenreglementering en de teksten van het decreet en het VLAREM vind je op www.lne.be

Afhankelijk van het antwoord op een aantal vragen in dit formulier moet je deze mededeling of melding naar het college van burgemeester en schepenen van je gemeente, of naar de deputatie van de provincieraad sturen. Meer informatie vind je ook in rubriek J Aan wie bezorg je dit formulier?
Kruis bovenaan op dit formulier de bevoegde overheid aan en vul het adres in nadat je alle vragen in dit formulier hebt beantwoord.

Melding van de overname van een vergunde inrichting: zie meldingsformulier

Met dit formulier meld je dat je een vergunde inrichting van een andere exploitant geheel of gedeeltelijk zal overnemen.
Als je ook iets verandert aan de inrichting, moet je daarvoor gebruikmaken van het formulier voor mededeling van een verandering of dat voor aanvraag van een milieuvergunning van een bijkomende milieuvergunning.

Zowel de vorige als de nieuwe exploitant moet dit formulier invullen en ondertekenen.

Wanneer moet je dit formulier indienen?
Je moet de melding doen voor de datum van inwerkingtreding van de overname.

Hoe vul je dit formulier in?
Nummer elk bewijsstuk dat je als bijlage bij dit formulier voegt zoals aangegeven in de vraag en vink het aankruishokje in de rechtermarge aan telkens als je het genoemde bewijsstuk toevoegt.

Meer informatie over de milieuvergunningenreglementering en de teksten van het decreet en het VLAREM vind je op www.lne.be

Afhankelijk van het antwoord op een aantal vragen in dit formulier moet je deze melding naar het college van burgemees­ter en schepenen, of naar de deputatie van de provincieraad sturen. Meer informatie vind je ook in rubriek H.

Nadat je alle vragen hebt beantwoord, kruis je bovenaan op dit formulier de bevoegde overheid aan en vul je het adres in.

Aanvraag van een milieuvergunning klasse 2: zie milieuvergunningsaanvraagformulier

De aanvraag moet in zevenvoud worden ingediend, aangetekend of bij afgifte tegen ontvangstbewijs, bij het College van Burgemeester en Schepenen. De aanvraag moet gebeuren aan de hand van het voorgeschreven aanvraagformulier. 
Bij dit aanvraagformulier moeten een aantal bijlagen worden gevoegd zoals:

  • een situeringsplan,
  • 1 of meer uitvoeringsplannen,
  • het bewijs van betaling van Vlarem-dossiertaks,
  • eventuele andere stukken die de aanvraag kunnen verduidelijken. 
    (bv.: huurovereenkomst, technische fiches,…)

Aanvraag van een milieuvergunning klasse 1: zie milieuvergunningsaanvraagformulier

De aanvraag moet in tienvoud worden ingediend, aangetekend of bij afgifte tegen ontvangstbewijs, bij de bestendige deputatie van de provincieraad. De aanvraag moet gebeuren aan de hand van het voorgeschreven aanvraagformulier. 
Bij dit aanvraagformulier moeten een aantal bijlagen worden gevoegd zoals:

  • een situeringsplan,
  • 1 of meer uitvoeringsplannen,
  • het bewijs van betaling van Vlarem-dossiertaks,
  • eventuele andere stukken die de aanvraag kunnen verduidelijken.
     (bv.; huurovereenkomst, technische fiches, kadastrale legger,…)

Indien de inrichting valt onder één van de rubrieken van bijlage III van het project-m.e.r.-besluit, zal de initiatiefnemer een project-m.e.r.-screeningsnota (PrMS) opmaken. Daarmee wordt een document bedoeld, waarin van een voorgenomen project wordt aangegeven of er aanzienlijke milieueffecten voor mens en milieu te verwachten zijn. Die PrMS dient bij de vergunningsaanvraag gevoegd te worden. Wat de opmaak van de PrMS betreft, kan de initiatiefnemer er voor kiezen om een modelformulier (zie bijlage project-mer-screening) in te vullen. 

Het komt dan toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van en als onderdeel van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag. Indien de betrokken overheid beslist dat er geen project-MER opgemaakt moet worden, kan de vergunningsprocedure verder gezet worden. Indien de betrokken overheid zou beslissen dat toch een project-MER opgemaakt moet worden, dan heeft dat van rechtswege de onvolledigheid van de vergunningsaanvraag tot gevolg. In dat geval kan de initiatiefnemer er nog voor opteren om een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting in te dienen bij de dienst Mer (i.e. volgens de ontheffingsprocedure die normaal enkel voorzien is voor bijlage II-projecten). De beslissing van de dienst Mer is dan een bindende beslissing voor de bevoegde overheid i.h.k.v. de vergunningsprocedure.

Wordt het dossier volledig en ontvankelijk bevonden, dan krijg je binnen de 30 dagen hiervan bericht via een aangetekende brief. Als de aanvraag onvolledig en/of onontvankelijk is, vraagt de vergunningverlenende overheid binnen de 30 dagen bijkomende informatie en/of deelt je de juiste bevoegde instantie of procedure mee. Als binnen de 30 dagen geen schriftelijke kennisgeving is verzonden, dan wordt de aanvraag geacht volledig en ontvankelijk te zijn, op voorwaarde dat de dossiertaks is betaald. Vanaf deze dag begint de procedure te lopen.

Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd en terzelfdertijd worden de nodige adviezen gevraagd. De bekendmaking van het openbaar onderzoek wordt aangeplakt op de plaats van de geplande uitbating en het gemeentehuis zelf.

Binnen de 3 maanden neemt het College van Burgemeester en Schepenen een beslissing (voor een klasse 2) en betekent deze beslissing aan de aanvrager binnen 10 dagen. Deze termijn van 3 maanden is verlengbaar met 1,5 maand.

De bestendige deputatie van de provincieraad neemt binnen de 4 maanden een beslissing (voor een klasse 1). Deze termijn van 4 maanden is verlengbaar met 2 maanden.

De beslissing moet 30 dagen aangeplakt worden voor zowel klasse 1 als klasse 2.

Tegen de beslissing is beroep mogelijk bij de bestendige deputatie van de provincie (klasse 2) of bij de Vlaamse minister van Leefmilieu (klasse 1). Dit beroep moet worden ingediend binnen de 30 dagen na de bekendmaking van de beslissing:

  • voor de aanvrager gaat de termijn in bij de ontvangst van het besluit;
  • voor omwonenden en anderen start de termijn vanaf de aanplakking van de beslissing.

Contactinformatie